vrijdag 17 februari 2012

Ontwerpen voor als het product wordt afgedankt

Tijdens de ontwikkeling van een nieuw product denk je niet altijd meteen aan de fase waarin het product definitief wordt afgedankt. Toch is het belangrijk daar in het ontwerp al over na te denken, want dat moment breekt voor ieder product aan. Dit is de laatste stap van het LIDS-wiel, waarin verschillende strategieën voor duurzaam ontwerpen zijn behandeld.
Hergebruik op 3 niveau’s
Hergebruik is mogelijk op verschillende niveau’s, onderstaand plaatje illustreert dat mooi. Start het bekijken van dit schema in het vakje ‘inzameling’, dat is waar het afgedankte product wordt ingezameld.
De eerste mogelijkheid is product hergebruik, dus dat het volledige ingezamelde product wordt hergebruikt. Dat kan zijn via een kringloopwinkel, via een 2e hands kleding distributie, maar ook bijvoorbeeld lease-auto’s worden na de looptijd van het contract teruggenomen door de leasemaatschappij en als geheel product voor ‘hergebruik’ aangeboden.
De tweede mogelijkheid is demontage en het hergebruiken van componenten. Dit kunnen hele deelsystemen zijn, maar ook onderdelen. Ook dit kan plaatsvinden op de 2e hands markt, bijvoorbeeld gebruikte auto-onderdelen, maar er zijn ook grotere bedrijven die hun eigen producten terughalen en de-assembleren. Xerox is hier een klassiek voorbeeld van. Ik hoorde ooit een lezing van iemand van Xerox en die vertelde: als wij een papierlade van een copier moeten de-assembleren en schoonmaken, kost dat 1 minuut, dat is ongeveer 1 euro. Een nieuwe kost 5x zoveel. De printers en copiers van Xerox worden dan ook grotendeels opgebouwd uit (gereviseerde) onderdelen. Door de machines in eigendom te houden en de gebruiker te laten betalen per copie / print, verzekeren ze ook dat ze het apparaat terugkrijgen.
De derde mogelijkheid is het hergebruik van de materialen. Dat is de klassieke manier van recycling, waarbij kunststof wordt vermalen en aluminium wordt omgesmolten. Er is overigens nog een vierde manier, en dat is verbranding met terugwinning van warmte, dat wordt ook wel ‘thermisch recyclen’ genoemd.
Voorwaarden voor de ontwerper
Uit bovenstaande blijkt al wel dat je in de ontwerpfase al  rekening moet houden met hergebruik. Je moet namelijk al met heel wat rekening houden, om hergebruik mogelijk te maken. Bijvoorbeeld:
-          Repareerbaarheid van het product, verkrijgbaarheid reserve onderdelen
-          Demonteerbaarheid van het product, dus losneembare verbindingen en niet gelijmd
-          Dit demonteren moet ook nog snel en makkelijk kunnen (anders is het niet efficiënt)
-          Materialen moeten gekozen zijn op recyclebaarheid. Staal en aluminium zijn goed recyclebaar, maar zodra ze geverfd zijn wordt het al moeilijk. Dan is een extra behandeling (vaak chemisch) noodzakelijk. Kunststof is op zich goed recyclebaar, maar door alle vulstoffen, kleurstoffen, brandvertragers e.d. is de verscheidenheid in compounds zo groot, dat het praktisch niet meer te recyclen is.
-          De inzameling moet gericht zijn op de mogelijkheid om hergebruik toe te passen, alles wat bij het ‘restafval’ gaat wordt in principe verbrand. Het initiatief om apparaten in te leveren bij winkels, is een goede stap om bepaalde materialen (bijvoorbeeld batterijen in apparaten) uit de stroom restafval te houden.
Cradle to cradle
Een speciaal plekje in de visie op hergebruik heeft de cradle to cradle filosofie. Deze filosofie gaat uit van de eindigheid van grondstoffen, en richt zich op het volledig kunnen hergebruiken van materialen, in een gelijkwaardige of hoogwaardigere toestand. Dus niet van autoband naar rubberen stoeptegel, maar wel van pet-fles naar fleecetrui.
Cradle to cradle onderscheidt twee soorten kringlopen: de biologische kringloop (waarin materialen biologisch worden afgebroken en zodoende ook door de natuur kunnen worden geregenereerd), en de technische kringloop waarin materialen in processen worden gerecycled, of, zoals ze zelf zeggen, ge-up-cycled.
Er is veel te zeggen en te lezen over Cradle to crade, hieronder enkele links:

woensdag 11 januari 2012

Optimaliseer de levensduur van je product

Bruynzeel Vloeren levert parketvloeren. De meeste parketvloeren van andere aanbieders worden als blank hout gelegd en daarna ter plekke 3x afgelakt met een milieuvriendelijke, watergedragen lak. Het nadeel hiervan is dat deze watergedragen lakken, uiteindeiljk minder slijtvast zijn dan bijvoorbeeld PU lakken. Maar vanwege ARBO-technische redenen mogen bij het ter plekke behandelen, alleen watergedragen lakken worden gebruikt. En vanwege de tijd die het kost om te drogen tussendoor, wordt het beperkt tot 3 lagen.
Milieuvriendelijk is niet altijd duurzamer
Bruynzeel heeft ervoor gekozen om de parketvloer in de fabriek al af te lakken met een zeer harde slijtvaste polyurethaanlak. En dan niet in 3 lagen, maar 7. Zo ontstaat een oppervlakte met een veel betere slijtvastheid dan van andere aanbieders. En zo wordt de levensduur van de vloer verlengd. En zo kan een niet-duurzame behandeling, leiden tot een duurzamere vloer als totaal.
Hetzelfde geldt overigens voor de heel oppervlaktebehandelende industrie. Zinkbaden, natlak, het heeft allemaal negatieve milieu-effecten, maar de langere levensduur van het eindproduct wegen daar vaak tegen op. Leuk detail is dat de oppervlakgebehandelende bedrijven het zelf vaak hebben over het ‘verduurzamen’ van het materiaal, waarmee de levensduur wordt bedoeld.
Vervangingsmarkt of wel-varen?
Nu zul je misschien denken: als ik de levensduur verleng, heb ik minder vervangingsmarkt. Kijk even mee met het voorbeeld van OpenBic zijlbootjes. Zeilbootjes worden meestal gemaakt van polyester. Als je dan ergens tegenaan vaart – en dat komt wel eens voor – heb je een gat in de boot en dan zinkt hij of moet dan worden gerepareerd. OpenBic zeilboten overwoog om haar boten van Polyethyleen, een andere kunststof, te maken. Bij een aanvaring deukt dit materiaal namelijk gewoon weer uit, en het kan niet kapot. (denk aan de scharniertjes in de doppen van afwasmiddel). OpenBic was alleen bang dat ze hiermee haar vervangingsmarkt, die toch ook substantieel was, in gevaar bracht. Maar het pakte anders uit. Doordat deze bootjes niet stuk gingen, waren zeilscholen ineens geinteresseerd. Daar gaat namelijk nog wel eens wat mis. Zo kreeg OpenBic er een boel nieuwe klanten, en dus nieuwe omzet bij. Maar dat is nog niet alles: al die kinderen die op de zeilschool in een OpenBic bootje hadden leren zeilen, wilden daarna zelf óók zo’n bootje! Want dat kenden ze. Zo heeft OpenBic door het ontwikkelen van een product dat niet kan falen, weliswaar haar vervangingsmarkt verkleind maar haar totale markt enorm vergroot.
Levensduur op maat
Enkele jaren geleden alweer was ik bij een klant, die wilde ‘iets’ met duurzaamheid. Vanwege de vertrouwelijkheid ga ik even niet in op het bedrijf of product. Sprekende over hun productportfolio, kwamen we tot het inzicht dat ze een product hadden dat heel lang meeging (ca. 40 jaar). Maar dat dat niet in alle gevallen nodig was, in 10% van hun projecten was van tevoren al bekend dat het na 15 jaar volledig gerenoveerd zou worden. We hebben toen gekeken naar manieren om het product een minder lange levensduur te geven, zonder dat de functie en esthetiek binnen die 15 jaar onacceptabel zouden worden. Met een klein herontwerp konden ze dit product aanbieden zonder zinklaag, dus duurzamer en nog goedkoper ook. Het optimaliseren van levensduur is dus niet altijd een verlenging, maar is het afstemmen van de technische levensduur op de economische.  

vrijdag 16 december 2011

Hoe reduceer ik de milieubelasting in de gebruiksfase?

Een bekende vuistregel is:  als er een stekker aan zit, is de milieubelasting van de gebruiksfase groter dan de milieubelasting van de productie en afvalverwerking.
Energie
Deze vuistregel geldt voor nagenoeg alle producten op batterijen, op gas, op water, op brandstof of andere vormen van energie. Zo zit de milieubelasting van een personenauto voor 90% in het brandstofverbruik, en slechts voor 10% in de productie. (bron Tata steel)
Gewicht
Zo geldt voor producten die toegepast worden in of aan voertuigen, dat het gewicht vooral een invloed heeft op het brandstofverbruik. Ik weet niet hoeveel ton brandstof het kost als een vliegtuigstoel een kilo zwaarder is over de hele levensduur, maar ik weet wel dat Fokker indertijd 1.000 gulden overhad voor ieder idee dat een kilo uit een F70 bezuinigde. Een leuke bijverdienste voor het personeel. Maar volgens deze redenering is het milieuvriendelijker om een vrachtwagen carrosserie te maken van composiet (licht maar niet recyclebaar) dan van staal of aluminium (recyclebaar maar zwaarder).
Er zijn wel altijd uitzonderingen: verhuiswagens rijden gemiddeld slechts 30 km per dag. Hier speelt gewicht dus weer veel minder een rol dan bij een vrachtwagen die 150.000 km per jaar rijdt.
En Aerodynamica: een dakspoiler is weliswaar een extra gewicht, maar (mits goed afgesteld) levert zij effectief toch een besparing op.
Service en onderhoud
Nog zo’n sluipmoordenaar in de gebruiksfase: service en onderhoud. We hebben dat al gezien in het voorbeeld van de koffie-automaat (zie hier): als er een mannetje in een auto speciaal voor heen en weer komt rijden, en dan nog vaak ook, is er al gauw wat te winnen.
Ontwerpoptimalisatie….
De eerste opdracht is dus om het (energie)verbruik van het product omlaag te brengen. Dat klinkt eenvoudig maar is het lang niet altijd. En op een gegeven moment heb je de limiet wel bereikt. Bijvoorbeeld een waterkoker: die heeft een hoge effectiviteit. Het elektrisch rendement is goed, de warmte overdacht is goed, daar is weinig meer aan te doen. Toch zijn er kansen….
Of gedragsverandering?
In het geval van de waterkoker is het probleem dat veel mensen teveel water koken. Ze koken een liter en zetten een kopje thee. Of ze zetten m aan, vergeten hem, hij slaat af en koelt af, en na 20 minuten zetten ze hem nog een keer aan. Het probleem zit dus soms niet in de efficiency van de techniek, maar in die van het gebruik. Kun je hier iets mee doen?
In het geval van de waterkoker kun je bijvoorbeeld stickers meeleveren ‘mijn mok’ en ‘mijn theepot’. Of een kleurindicator geven ‘nog warm genoeg voor thee’ of ‘niet meer warm genoeg voor thee’. Bijvoorbeeld.
Bij wasmiddel speelt iets vergelijkbaars. Omdat wasmiddel zelf geen energie verbruikt, zou je denken dat er het meest te winnen is in verpakking, logistiek en ingrediënten. Echter als je het hele wasproces bekijkt, zie je dat de energie die de wasmachine verbruikt vele malen groter is dan de productie en distributie van het wasmiddel zelf.
Het loont dus om als innovatierichting te kiezen om het wassen op lagere temperatuur mogelijk te maken. Daarmee bereik je een bovendien een gedragsverandering bij de klant. En het leuke van dit voorbeeld is: je verduurzaamt niet alleen jezelf, maar je hele keten. En dat heeft pas impact.

vrijdag 4 november 2011

De gebruiksfase van producten milieuvriendelijker maken

Een producent van koffiemachines wilde graag zijn product milieuvriendelijk herontwerpen. Hij dacht dat de grootste energiebesparing te halen was in de boiler die het koffiewater 24 uur per dag, 7 dagen per week op een hoge temperatuur houdt. Dat is namelijk over het algemeen een goed startpunt: als uw product energie verbruikt is daar meestal de grootste klapper te maken. Toch waren zij zo verstandig om een complete Levens Cyclus Analyse (LCA) te doen (waarin de milieubelasting over de hele levenscyclus, van grondstof tot afvalverwerking wordt geanalyseerd).
Onverwachte hoek
Uit de LCA bleek dat de boiler weliswaar een belangrijke energieslurper was, maar dat de allerhoogste milieubelasting vooral zat in de service en onderhoud van het apparaat. Elke 2 dagen kwam er namelijk een onderhoudsman langs, in een autootje, om de machine te reinigen, de afvalcontainer te legen en koffie, melk en suiker bij te vullen.
Wat bleek bovendien: als de afvalcontainer al vol was, waren de containers voor melk, suiker en koffie nog half vol. Door alleen al de afvalcontainer 2x zo groot te maken hoefde de onderhoudsman nog maar eens in de 4 dagen langs te komen. Dit scheelde meteen de helft in de reiskilometers van de onderhoudsman.
Van daaruit is de fabrikant verder gaan optimaliseren, tijdens feestdagen was de machine namelijk nog helemaal niet aan onderhoud toe, en als er een bijeenkomst was geweest stond hij al op storing. Tegenwoordig hebben deze automaten een chip die ‘belt’ met de service als er service nodig is. In combinatie met een route-optimalisatie programma worden de servicemonteurs zo efficient mogelijk ingezet.
Analyse loont
Wat we hier zien is dat het loont om de milieubelasting van uw product te analyseren voordat u aan het herontwerpen gaat. Had deze ondernemer de LCA niet laten uitvoeren, dan had hij van alles aan de boiler gedaan en de grootste milieubelasting onaangeroerd gelaten.
Vuistregels
Er zijn vuistregels om snel door de oogharen een inschatting te maken waar de grootste milieubelasting ligt.
-          Zo zou er altijd een belletje moeten gaan rinkelen als er sprake is van verbruik. Bijvoorbeeld van  energie, van water, van hulpstoffen (bijvoorbeeld inkt).
-          Een tweede situatie is service en onderhoud, zoals ook te zien is in bovenstaand voorbeeld.
-          Tenslotte is een alarmbel als een product veel wordt vervoerd, of bedoeld is voor in/aan een voertuig.  Dan is het gewicht een cruciale factor voor het indirecte verbruik van brandstof.
Indien meerdere van deze situaties aan de orde zijn, zoals in het voorbeeld van de koffiemachine, dan loont het weer om te rekenen.
Instinker
Een ander leuk voorbeeld is de carrosseriebouw. Daar wordt alles wat wordt gemaakt, per definitie veel rondgereden en gewicht is dus belangrijk voor het indirecte verbruik. Maar dat geldt dan weer niet voor verhuisauto’s: die rijden namelijk maar een heel laag aantal kilometers per jaar en staan grotendeels stil.
Regionale verschillen
Onlangs was ik bij een bedrijf die producten maakt voor de reinigingsindustrie. Zowel elektriciteitsverbruik als waterverbruik zijn thema’s, het bedrijf opereert internationaal. Dan is het goed om je te realiseren dat in Nederland de elektra de grootste kostenpost is, en in het Midden Oosten juist de schaarste van water.

woensdag 2 november 2011

Hoe brengt u uw product zo milieuvriendelijk mogelijk bij uw klant?

En dan heeft u een milieuvriendelijk product, en dan wilt u dat bij uw klant krijgen. Ook dat kan belastend zijn voor het milieu. En dan gaat het over de distributie zelf, maar ook over bijvoorbeeld de verpakking.

Ruimtewinst
Iedereen kent het voorbeeld van IKEA met zijn platte dozen met zelfbouwpakketten. Dat is een goed voorbeeld hoe ruimte wordt bespaard ( en daarmee veel opslagruimte, energie en brandstof). De kunst is hierbij om zo min mogelijk lucht te vervoeren. Om diezelfde reden zijn kartonnen koffiebekers altijd nestbaar (ze passen zeg maar in elkaar), worden ronde producten vaak in een vierkante doos verpakt (om ze stapelbaar te maken) en dergelijke.

Retourstromen
Een klassiek voorbeeld is ook dat van de glazen melkfles versus het kartonnen pak. Het pak is weliswaar een wegwerpverpakking en in die zin belastender voor het milieu, maar de glazen fles heeft ook een paar nadelen: namelijk de retour goederenstroom, het feit dat de fles cylindrisch is en daardoor minder ruimte efficiënt, evenals de dikte van het glas. Daar komt nog bij het extra gewicht dat vervoerd moet worden en de belasting van het omspoelen. Alls bij elkaar opgeteld is het pak toch minder belastend. (overigens is er jaren geleden een vierkante kunststof pet-fles voor zuivel ontwikkeld, maar die zie ik tegenwoordig nergens meer in de supermarkten).

Emballage
Horrex produceert horren voor caravans. Sinds de caravanbouw uit Nederland eigenlijk helemaal is verdwenen, ligt hun afzetmarkt steeds meer in Noord Amerika. Er is dus veel transport. De klanten (caravanbouwers) willen de horren niet als een compact bouwpakket aangeleverd krijgen, maar helemaal klaar om erin gehangen te worden. Dan zijn horren vrij kwetsbare producten. Horrex verpakte de horren dus altijd in veel folie en veel karton om beschadigingen te voorkomen. Uiteindelijk was het volume van het getransporteerde verpakkingsmateriaal groter dan van de horren zelf! Toen hebben ze bedacht om een retour-krat te ontwikkelen was stevig genoeg is om meedere horren zonder extra verpakkingsmateriaal in te vervoeren. Omdat ze steeds aan dezelfde klanten leveren was het ook eenvoudig om goede verzamelzendingen te maken en de verpakking (opklapbaar) retour te laten komen.

Zo wordt zichtbaar dat een goed ontwerp van niet alleen het product, maar ook van de verpakking en het transportsysteem, een wezenlijke bijdrage kan leveren aan milieubesparingen!

Distributiesysteem
En dan is er natuurlijk nog de mogelijkheid om de distribitiewijze die je kiest, zo milieuvriendelijk te maken. Vervoer je per vrachtauto, per schip, per trein of per vliegtuig? Of een combinatie hiervan? Er zijn gespecialiseerde bureaus die een ‘mobiliteitsscan’ kunnen uitvoeren om te bepalen wat in uw situatie het beste is. En dat kan ook een combinatie van bovenstaande zijn, het zogenaamde ‘multimodale vervoer’.

Tot slot nog een mooi filmpje van Cargohopper, een stadsdistributiesysteem dat in Utrecht is geïntroduceerd in 2010.

woensdag 19 oktober 2011

Schoon Produceren

“tja mevrouw, dat is heel leuk dat duurzaam ondernemen, maar voor ons werkt dat niet want wij bepalen niet zelf wat we maken. De klant stuurt de tekening en daar hebben wij geen invloed op”. Dit is een opmerking die ik vaak hoor, bij de MKB-bedrijven die ik als innovatieadviseur bij Syntens bezoek.  
Toeleveranciers
Slechts 15% van de Nederlandse Maakindustrie produceert eigen ontworpen producten, de rest produceert onderdelen, of producten in opdracht van anderen. Betekent dit dat voor 85% van de bedrijven duurzaam ondernemen onmogelijk is? Nee.
De 5e stap uit het LiDS-Wiel (zie 5 blogs terug) gaat namelijk over schoon produceren. En dat kan ieder bedrijf toepassen. En als het goed is bespaart het nog energie, en geld, ook.
Gezond verstand
Een jaar geleden heeft Stimular een presentatie gegeven over duurzaamheid in de industrie. In deze presentatie staan vele tips die met name voor metaalbedrijven relevant zijn. De meeste tips zijn eigenlijk nogal voor de handliggend en gebaseerd op gezond verstand, met je bedrijf omgaan zoals je ook thuis met de zaken omgaat.  Ik haal er hier een paar uit, voor alle tips verwijs ik naar de presentatie: aan (zet ze ’s nachts echt uit). Net als de TV thuis dus.
1         Pak het standby gebruik van de machines aan (zet ze ’s nachts echt uit). Net als de TV thuis dus.
2         Perslucht: lekken dichten, ’s nachts uit, vervang blaaspistolen door HR pistolen.
3         Lassen: Vernieuw trafo’s, die zijn veel zuiniger geworden!, Op maat ventileren (tot 20% besparing)
4         Ovens: warmte terugwinnen, goed inplannen.
5         Spuitcabine: keuze van de lakken. Overleg met je leverancier. Er zijn bijvoorbeeld low-bake poedercoatings in de handel die op lagere temperaturen uitharden.
6         Heftrucks: zuinig heffen (liever hoog en dan laten zakken) en rijden (niet in de hoogste stand)
7         Afval: scheiden, maar ook zorgen dat de spanen droog zijn. Bijvoorbeeld door een ander proces, of door een spanenwasser te gebruiken.
8         Restjes opgebruiken, maak afspraken met je leverancier over de (retour)verpakking
Spijkstaal
Deze presentatie van Stimular werd trouwens gegeven tijdens een bijeenkomst bij Spijkstaal, een prachtig duurzaam bedrijf in Spijkenisse. Zij hebben tal van voorbeelden van duurzaam ondernemen in het bedrijf.

Nieuwe  schoenen
Tijdens de rondleiding vroeg een deelnemer zich af, wat Spijkstaal kon doen als de voorraden en de diversiteit van de voorraad zou stijgen. Kan er dan nog een hal worden bijgebouwd? De directeur van Spijkstaal (Win Heijboer, helaas overleden in 2011) antwoordde: “Dat doen we net als thuis, dan moeten we eerst opruimen en uitmesten. Thuis bouw ik ook niet een schuur erbij omdat ik nieuwe schoenen heb gekocht. “ Gezond verstand voor op dus.

1 miljoen
Ook heeft Spijkstaal een rigoureus wervingsbeleid: men neemt alleen personeel aan dat binnen 25 km van het bedrijf woont. Dit om de woon-werk kilometers te beperken. “we werken onder de rook van Rotterdam. In een straal van 25 km wonen ruim 1 miljoen mensen. Daar moeten toch die 70 werknemers voor ons te vinden zijn? “

Taal
Tenslotte een voorbeeld van een maatschappelijke bijdrage: de medewerkers van andere nationaliteiten werd een Nederlandse taalcursus aangeboden, o.a. ter verhoging van de veiligheid op het werk. “we hebben ruimte genoeg, neem je echtgenote mee.” Luidde het en zo heeft Spijkstaal een rol van betekenis gehad bij de integratie van allochtone vrouwen in Spijkenisse door het leren van de taal.

Schoon produceren gaat dus in de eerste instantie over het kiezen voor de meest zuinige en schone processen, ten tweede over het goed onderhouden en up-to-date houden van de machines en infrastructuur en verder over veel gezond verstand en een dosis creativiteit om ook afwijkende ideeen op te pakken.

woensdag 13 juli 2011

Minder materiaal gebruiken

Drie blogs geleden  introduceerde ik het LIDS-wiel, een methode om in 8 stappen een product duurzamer te herontwerpen. Vandaag de derde stap: het verminderen van het materiaalgebruik.
Minder materiaalgebruik betekent immers minder grondstoffen, minder afval, maar ook minder energie tijdens productie en transport.
Overdimensioneren
Vanouds zijn we gewend om bij het bepalen van onze materiaaldiktes een het zekere voor het onzekere te nemen en enigszins te ‘overdimensioneren’. Gelukkig stellen moderne technieken zoals computerberekeningen en -simulaties ons in staat om producten zo vorm te geven en te optimaliseren dat alle krachten door een minimum aan materiaal worden opgevangen. 
Een bekend en aansprekend voorbeeld zijn bierkratjes. Deze zijn erg sterk, want worden hoog opgestapeld, er wordt ruw mee omgesprongen en ze worden ook nog wel eens gebruikt als stoel of als bedklos. Maar ze moeten ook zo licht mogelijk zijn, in verband met de materiaalkosten en de brandstofkosten van het vele transport van deze retourverpakking. Door middel van Eindige Elementen berekeningen worden bierkratjes optimaal ontworpen op gewicht en sterkte.

Het maken van dit soort berekeningen loont vooral als de series van het te produceren product groot zijn, en volume en gewicht nog een extra hefboom kennen in de milieubelasting door het vele transport. Een bureau dat (onder andere) hierin is gespecialiseerd is BPO uit Delft www.bpo.nl

Materiaal innovaties

Nieuwe materialen maken vaak gewichtreducties mogelijk. Denk daarbij aan (niet zo nieuw) hoogsterktestaal, waarmee je ongeveer 30% kan besparen op de materiaaldikte met behoud van de sterkte. Of composiet, van glasvezel, koolstof of andere materialen. Racefietsen van carbon (koolstof) wegen nog maar een fractie van de stalen fietsen van vroeger.

Disposables
Een andere categorie waar het echt zin heeft om materiaal te besparen is bij disposables (wegwerp-onderdelen). Omdat het verbruik hiervan hoog is, is de besparing op grondstoffen, afval en productie-energie al gauw aanzienlijk. Bijvoorbeeld de opzettandenborstels van Philips. Bij het eerste model sonicare was een vrij groot deel van de borstel een vervangonderdeel, inclusief een bewegingsmechanisme. Het latere model opzetborstels is een stuk kleiner en daarbij zijn meer onderdelen in het ‘vaste’ deel van de tandenborstel geïntegreerd.
Maar ook voor industriële toepassingen is dit principe te gebruiken. IHC Merwede, producent van baggerschepen, produceert haar cutterkoppen (een soort boorkop waarmee steen wordt afgegraven) met vervangbare slijtdelen. Zodat niet de hele cutterkop hoeft te worden vervangen maar alleen de tanden.

Lichtgewicht
Een bijzondere categorie zijn die producten, die hun hele levensduur getransporteerd worden en waar door het gewicht, veel energie in gaat zitten. Auto’s zelf, maar dus ook alle auto-onderdelen. Interieurs voor treinen en vliegtuigen. Jaren geleden, toen de Fokker 70 werd gebouwd, werd er aan de medewerkers een beloning van 1.000 gulden (toen nog) uitgeloofd voor iedere kilo ze konden besparen op het totaalgewicht van het vliegtuig.
Door de toenemende luxe in onze auto’s, treinen en vliegtuigen staat het gewicht continue onder druk, we willen namelijk wel lekker zitten en niet op een houten plankje, en we willen steeds meer features die we vroeger niet hadden aan boord. Hier ligt volop ruimte voor innovatie: hoe kunnen we bestaande en nieuwe voorzieningen comfortabeler én lichter maken?